Home
Even voorstellen
Golden Retriever
Standaard Stabij
Rasstandaard Teckel
Hondensport en spel
Fotoalbum
Links
Nieuws
e-mail me



Hondensport en spel

Jacht 

G&G en jacht gaat dat wel samen????????

 

Een volmondig ja kan ik daarop antwoorden want het sluit nauw op elkaar qua oefeningen.

Toen ik mijn Golden Retriever kocht wist ik van die fokker dat hij heel veel jachttraining deed met zijn honden.

Als advies gaf hij ons mee dat we wel aan jachttraining konden gaan doen maar beter eerst bij een kynologenclub een aantal gehoorzaamheidsdiploma`s konden gaan halen.

Zo gezegd zo gedaan hij heeft zijn G&G 1 diploma maar al snel merkte ik dat hij dit niet zo leuk vond.

Na nogmaals kontakt met de fokker gehad te hebben kreeg ik het telefoonnummer van een jachttrainingsclub en begon onze jachtcarriëre.

Waarom is dan een gehoorzaamheidsdiploma zo belangrijk in de jachttraining????

Bij jachttraining werk je los met je hond als je aan de beurt bent en op proeven/examens is het zo dat je puntenaftrek krijgt als je de hond aangelijnd voorjaagt.

Maar ook in de praktijkjacht is het heel belangrijk dat de hond luistert.

Stel dat je met je hond wordt uitgenodigd op een praktijkjacht en jij bent met je hond en er zijn 2 geweren.

Op zeker moment wordt er iets geschoten , je hebt je hond bijvoorbeeld los en die reageert zonder dat jij het commando hebt gegeven dat hij mag apporteren: hij gaat eropaf maar het tweede schot valt en dat schot raakt de hond dan is het leed niet meer te overzien.

Ook in de jachttraining is het zo dat het commando apport betekent dat de hond een dummy of een stuk wild moet gaan halen en bij de baas moet afgeven: daarbij moet de hond ook zacht  in de bek zijn wat betekent dat hij niet mag knauwen op de dummy.

Doet hij dit wel dan kun je als voorjager naar huis en is het einde examen met andere woorden je wordt gediskwalificeerd.

Op een examen kun je de volgende oefeningen verwachten te beginnen bij het C diploma (vraag me niet waarom maar bij jacht gaan ze van C naar A)

Anngelijnd en los volgen dan loop je ook een 8 om pionnen heen.

Komen op bevel je stuurt je hond vooruit en als hij ongeveer 30 meter van je weg is krijg je een seintje van de keurmeester dat je mag roepen of fluiten.

Houden van de aangewezen plaats: je legt je hond in een paar af (meestal een teef en een reu) je gaat uit het zicht van je hond en na 2 minuten mag je weer terug naar je hond.

Apport te land: er wordt op 20 meter van jou en je hond een dummy of konijn opgegooid jij geeft het apportcommando en de hond moet snel weer bij je terug zijn zonder het apport te verwonden als de keurmeester ziet dat je hond hard in de bek is wordt het stuk extra gecontroleerd op bijtgaatjes.

Apport uit diep water: meestal wordt er op een examen een eend in het water gegooid een schot gelost en na het schot mag de hond de eend uit het water apporteren.

Als je deze oefeningen met voldoendes afsluit ben je geslaagd voor het C diploma.

 

Nu kan je op zo`n dag direct doorgaan voor een B diploma en dan moet je de volgende oefeningen met voldoende afsluiten.

Verloren apport te land: meestal is dit een eend die in bossages verstopt is en de bedoeling is dat de hond binnen 2 minuten de eend opzoekt, apporteert en terugbrengt.

Markeerapport te land: een helper gooit de eend op zo`n 50 meter afstand van jou en je hond, weer wordt er een schot gelost en de hond moet in een rechte lijn naar het apport toe wat betekent dat de hond precies moet weten waar de eend precies is gevallen.

Gaat hij op 10 meter lopen zoeken waar de eend is gevallen dan heb je een onvoldoende en heb je geen B diploma.

Apport over diep water: de eend wordt aan de overkant van een brede sloot op de kant of in het riet verstopt, op teken van de keurmeester stuur je je hond over of vooruit en dan moet hij ook direkt in een rechte lijn naar de plek toe.

Ook hier is het zo dat als de hond gaat zoeken je een onvoldoende hebt ook heb je onvoldoende als je hond zonder eend terugkomt.

 

Nu is het zo dat je apart moet inschrijven voor een A diploma en dan moet je afwachten of je dat wel mag lopen omdat je een minimum aantal punten gehaald moet hebben en de leeftijd van de hond moet 2 jaar zijn.

Als je dan door mag moet je de volgende oefeningen doen:

 

Dirigeerproef te land: Op zo`n 500 tot 1000 meter wordt er een duif opgegooid, weer wordt er geschoten en op teken van de keurmeester stuur je je hond vooruit.

Ongeveer in het midden van de duif en jou moet de hond gaan zitten, jou aankijken en dan verwijs je met je arm welke kant de hond op moet om bij de duif te komen.

Daar staat ook weer een tijdslimiet voor en nog een moeilijkheidsgraad is dat je hond ook op afstand gehoorzaam moet zijn.

Apport van een verre loper over breed water: dit is een sleepspoor wat de hond uitwerkt waarbij je de hond eerst over een breed water stuurt en de hond vervolgens een sleepspoor moet oppakken, uitwerken, en ook weer bij jou moet terugkeren.

Het sleepspoor wordt getrokken met de eend.

 

Helaas heb ik met mijn Golden nog nooit een A diploma mogen halen maar ik ben wel veel kennis, een hoop kennissen en veel gezellige uurtjes rijker geworden en natuurlijk een paar C en B diploma`s.

 

Voor degenen die meer informatie willen is de website van de KNJV: www.knjv.nl

 

 

 


Zweetwerk

 

 

 

Ik doe dit met mijn stabijreu Bjorn. Toen Bjorn nog maar een puppy was, merkte ik dat hij een echte ‘neushond’ was, want  hij snuffelde veel met zijn neus over de grond.  Om mij verder te oriënteren op het zweetwerk ging ik kijken, zonder Bjorn eerst mee te nemen, bij het Zweethondenstation Noordwest-Veluwe, waarover Harry en Lucia Vlietstra de leiding hebben. Ik raakte dermate enthousiast dat ik Bjorn meenam om aan een workshop deel te nemen. Daar had ik me voor ingeschreven toen hij 7 maanden oud was om zelf ook meer te leren over het zweetwerk in alle opzichten zoals hoe leg ik een spoor en hoe leer ik mijn hond lezen. Sindsdien oefenen Bjorn en ik regelmatig in het Zanderbos bij Nunspeet, waar de oefeningen in het zweetwerk plaatsvinden. Voor de deelname aan het zweetspoor ben ik mij genoodzaakt altijd vroeg in te schrijven, want er is veel aanbod. Ook oefen ik met Bjorn in het gezelschap van een KNJV-instructeur. Dat doen wij eens in de twee weken. Het zweetwerk gebeurt met een lange lijn van dertien meter en Bjorn heeft dan een leren brede halsband om. Bij het zien van de halsband wordt de stabijreu direct opgewonden om aan de slag te gaan.

Ik vind het een leuke bezigheid vanwege de samenwerking met de hond, het verkeren in de buitenlucht en vooral vanwege de spanning die het met zich meebrengt. Bijvoorbeeld: ‘Wat doet de hond?’, is altijd weer een interessante vraag. In het begin van het zweetwerk is het belangrijk dat de baas de hond als het ware leert lezen. Dit betekent dat als Bjorn op een spoor zit en hij raakt dat spoor kwijt, hij een ander spoor gaat volgen. De baas moet nu juist leren zien wanneer hij van spoor verwisselt, omdat dat niet mag. Ga dan ook nooit met de hond op hazen of konijnenjacht omdat de kans groot is dat hij die sporen gaat volgen.

Uiteraard mag hij ook zelf niet op konijnen of hazenjacht. Ook een normale KNJV training is niet handig omdat dit heel verwarrend is voor de hond. Daarnaast is het verwijzen van de hond belangrijk. Als de hond op een spoor zit kan de hond onderweg verwijzen naar een stukje snijhaar, een druppel bloed, een stukje bot (botsplinter) of een reeloper. (=de onderpoot met hoefje er nog aan) Bij het zweetwerk komt er geen speeltje aan te pas (bij speuren wel). De baas moet dan opletten wat de hond doet. We weten doordat hij verwijst dat hij daadwerkelijk op het juiste spoor zit. Meestal is het zo wanneer de hond verwijst hij bij het verwijspunt extra zal snuffelen. Als de hond verwijst beloon ik dat uitbundig omdat anders de kans bestaat dat Bjorn niet meer wil verwijzen. Door het verwijzen leer je de hond kennen hoe hij zich gedraagt op een spoor.

Ook loop ik de sporen in alle rust en als Bjorn te snel wil op een spoor vertel ik hem met kalme stem dat hij rustig moet zijn.

Om de hond te laten wennen aan het zweetwerk zijn de eerste sporen niet lang, rechtdoor en qua tijd niet oud. Je legt het spoor met runderbloed of schapenbloed terwijl de hond in de auto zit en ben je klaar pak je de hond en gaat aan de slag. Gaat dit allemaal naar wens dan kun je de sporen langer ,ouder en moeilijker maken door er haken in te leggen en de tijdsduur langzaam op te voeren. In het begin maak je het spoor niet langer dan 50 tot 100 meter en als dit goed gaat maak je een spoor steeds langer. Op een proef kun je sporen verwachten van 500 tot 1000 meter en de tijdsduur kan varieren van 20 tot 24 uur en van 40 tot 44 uur oud. Maar voordat Bjorn zover is moeten we eerst een blind spoor kunnen uitwerken, dat wil zeggen zonder dat er lintjes in de bomen hangen. Dit vergt ook heel wat van de voorjager zoals logisch nadenken waar het spoor zou kunnen lopen, weten hoe de hond zich op het spoor gedraagt en ook de omgeving van een spoor moet je in de gaten houden (takbreuken, eventuele wondbedden en bodemverwonding) Bijna altijd worden de sporen uitgezet met het bloed van een rund of schaap:dit omdat runderbloed en schapenbloed het schoonst is.

Zou je varkensbloed gebruiken dan heb je kans op ziektes in de wildbaan.

Ook wordt er gewerkt met een fährtenschuh. Dit is een schoen die je onder je eigen schoeisel bindt en waar je aan de achterkant een loper van een ree inklemt en door je eigen voetspoor maak je een bodemverwonding en gebruikt daarbij ook nog runder of schapenbloed. Bij het uitzetten van het spoor gebruik je ook lint van natuurlijk materiaal (bijvoorbeeld toiletpapier) om zelf ook te kunnen zien of de hond op het juiste spoor zit.

 

Persoonlijk vind ik het zweetwerk mooier als de normale KNJV training omdat je mijns inziens meer kontakt met de hond hebt en daar wil ik dus verder mee.

Ik hoop in de toekomst een aantal proeven met goed gevolg te kunnen afleggen.

Voordat ik dat kan doen moet Bjorn eerst een aantekening schotvastheid hebben.

Deze test hebben ze ingevoerd omdat op de zweetproeven alleen het werk na het schot getest wordt, maar zweethonden mogen ook niet bang zijn voor het schot als we een vangschot moeten geven.

 

Ook hoop ik iets te bereiken in de G&G (dilpoma`s) en ook in het showen hoop ik dat Bjorn zijn sporen gaat verdienen.

Dit is prima te kombineren met het zweetwerk omdat dit andere diciplines zijn en heel andere commando`s

Met Oliver onze teckel ga ik ook deze mooie vorm van jacht beoefenen.

 

Echter zweetwerk valt niet te kombineren met KNJV training omdat op die training wordt gewerkt met haar en veerwild en nooit met reehuid terwijl bij zweetwerk er wordt geoefend met ree.

Met haarwild bedoel ik konijn of haas en veerwild is duif, eend Smient en Fazant.

Het meest wordt op KNJV trainingen geoefend met konijn of eend.

 

 


Dogfrisbee

 

 

 

Sinds ik op 22 februari van dit jaar heb gesnuffeld met Bjorn aan de relatief nieuwe sport Dogfrisbee die is overgewaaid uit Amerika ben ik superenthousiast geworden en heb me ingeschreven voor een cursus om dit op een voor de hond veilige manier te doen. 

Naarmate de cursus vordert begint Bjorn ook steeds enthousiaster te worden want zodra ik een frisbee pak heb ik zijn volledige aandacht.

Op een les beginnen we altijd met oefenen in gooien -een stukje techniek dus- want frisbee betekent 95% techniek en 5% kracht.

Als je namelijk maar in het wilde weg gaat gooien kan het gebeuren dat de hond geblesseerd raakt door een verkeerde sprong omdat hij verkeerd terecht komt.

Als we na heel veel lol klaar zijn met ingooien pak ik Bjorn en ga eerst aan de ook heel belangrijke warming up beginnen voordat ik begin met gooien.

Ik begin altijd heel laag bij de grond met een roller waarbij Bjorn er enthousiast achteraan rent en de frisbee makkelijk kan pakken wat de bedoeling is van frisbeeën.

Daarna ga ik iets hoger waarbij de frisbee door de lucht zweeft en door de techniek de frisbee spint echter ik gooi niet hoger dan 1,5 maal de schofthoogte van Bjorn.

Een worp komt altijd vanuit je pols waardoor de frisbee spint.

 

Ik gooi altijd van de hond af en nooit naar hem toe omdat dat gevaarlijk is in de zin van blessures aan de bek want ondanks dat een frisbee relatief zacht is, heb ik gevoeld hoe het is om een frisbee tegen mijn pols aan te krijgen en daar ook een blauwe plek aan over gehouden.

Voor mijzelf is het ook echt sporten omdat ik moet zorgen dat Bjorn in beweging blijft want zou ik dat niet doen dan is zijn aandacht zo weg en gaat Bjorn lopen snuffelen en andere dingen doen.

Ook werk ik met meerdere frisbees om zijn aandacht vast te houden dus automatisch zorgt het frisbeeën ervoor dat je een heel goed kontakt krijgt met je hond.

Er zijn geen commando`s aan verbonden en dat maakt het extra leuk het is voornamelijk lichaamstaal.

 

Ook zijn er frisbeewedstrijden waarbij je in competitieverband een sessie doet op muziek en daar zoveel mogelijk oefeningen in verwerkt.

Dat heet freestylen waarbij je dan bijvoorbeeld net als bij doggydance je hond door je benen kunt laten weaven of je gaat op je hurken zitten waarbij je 1 been naar voren steekt en dan moet de hond over dat uitgestoken been heen springen.

Ook kun je je hond een rondje laten draaien of achteruit laten lopen.

Maar de beloning is altijd de frisbee die hij mag hebben.

Een freestyle ronde duurt 120 seconden.

Verder is op wedstrijden de minidistance waarbij je de frisbee zo ver mogelijk weggooit en de hond de frisbee zo ver mogelijk bij je vandaan moet vangen en ook bij je terug moet komen.

Als een hond de frisbee vangt met 4 poten van de grond krijgt de hond meer punten.

De 5 beste worpen tellen mee voor het puntentotaal en je krijgt 90 seconden de tijd.

 

Als blijkt dat je onveilig werkt bijvoorbeeld onveilige sprongen of te hard landen of als blijkt dat training of kennis te kort schiet krijg je op wedstrijden een aantekening  van de jury en de instructeur van de deelnemer krijgt een officiele berisping.

 

Meer informatie is te vinden op mijn linkenpagina

 


G&G

G&G staat voor Gedrag en Gehoorzaamheid.

Dit heb ik jarenlang gedaan met mijn overleden Golden Retriever Westley en ik ben al aardig op weg met Bjorn.

Ik kijk nu wat een hond aankan en of hij het leuk vindt om te doen.

Even een paar voorbeelden:

Met Westley liep ik altijd landelijke G&G 2 wedstrijden en wist me 4 jaar lang te kwalificeren voor de Nederlands kampioenschappen.

Inmiddels was ik verder gaan trainen op G&G 3 niveau en na 3 keer gezakt te zijn slaagde ik voor het landelijke examen.

Dit wordt aangetekend in het rashondenlogboek wat betekent dat als het seizoen is afgelopen je moet inschrijven op G&G 3 niveau.

Na het behaalde diploma heb ik nog een paar wedstrijden gelopen op G&G 3 niveau, maar helaas was het diploma te hoog gegrepen omdat Westley bij bepaalde oefeningen helemaal vast stond.

Met Elroy heb ik een paar wedstrijden op G&G 1 niveau gelopen maar dit vond hij absoluut niet leuk en ben verder jachttraining gaan doen wat hij prachtig vond.

Voordat het zover is dat men G&G kan gaan doen moet men eerst de oefeningen beheersen die geleerd worden op een kynologenvereniging: dit gaat zeer geleidelijk en met een aantal examens.

Voor meer informatie zie mijn linkenpagina.

 


Shows

Dit doe ik met Bjorn en heb ik gedaan met mijn Golden Retrievers. Met de Goldens ben ik nooit zo hoog gekomen als nu met Bjorn. De allereerste keer dat ik met mijn Golden showde greeg ik een g en met Elroy haalde ik zeer konsekwent ZG`s Maar Bjorn presteert het om af en toe een 1`e plaats Uitmuntend te halen en tja dan ga je door en ben je al snel besmet met het showvirus


 

 

|Home| |Even voorstellen| |Golden Retriever| |Standaard Stabij| |Rasstandaard Teckel| |Hondensport en spel| |Fotoalbum| |Links| |Nieuws|